Opleiding Energiecoördinator bij FedEC

Het gebruik van energie hard aan het veranderen. Overheid gaat strenger handhaven op het gebied van energie. De eerste gebouwen die verkocht zijn zonder energielabel hebben een boete ontvangen van duizenden euro’s! Verder moeten gebouwen per 2023 minimaal een C-label hebben. De industrie blijft ook niet gespaard, Minister Wiebes laat ze per brief weten dat ze per 2022 moeten stoppen met het gebruik van gas uit Groningen!

Heeft u praktische kennis nodig om hier een rol in te spelen als gebruiker, adviseur of als installateur deze energieverplichtingen te kunnen uitvoeren? Dan is de FedEC opleiding Energiecoördinator zeker iets voor u!

Adviseurs van Senergy Energieadvies dragen bij aan deze cursus. Onze onderwerpen zijn onder andere ‘energiebeheer’, ‘energiebesparing en installaties’, ‘verlichting’ en ‘duurzame technieken’. In onze lessen gaan wij uitgebreid in op de theorie en praktijk. Middels praktische cases laten wij u zien hoe de theorie toegepast wordt.

De volgende cursus start op 16 mei. Voor meer informatie en aanmelden, zie de website van F&B / FedEC.

2 op 5 kantoren nog niet klaar voor 2023

Kantoorgebouwen moeten in 2023 beschikken over minimaal energielabel C. Aan deze verplichting voldoen momenteel slechts drie op de vijf kantoren, zo blijkt uit onderzoek. Om alsnog aan deze eis te voldoen, moeten vooral de energie-onzuinigste panden ingrijpend worden gerenoveerd.

Op 1 januari 2023 moeten alle gebouwen die, volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), voor meer dan 50% uit een kantoorfunctie bestaan een Energie-Index hebben van maximaal 1,3; dit komt overeen met label C. Voldoet het pand dan niet aan deze eis, dan mag het niet meer als kantoor gebruikt worden. Monumenten zijn uitgezonderd, net als panden die gesloopt of getransformeerd worden. Tot recent was weinig bekend over de staat van de kantoorgebouwen in Nederland in relatie tot het energielabel. Daarmee is ook onduidelijk welke verduurzamingsopgave er ligt.

Biseps-project

De gemeente Breda participeert in het Biseps-project, een samenwerkingsverband tussen regio’s in Nederland, België, Frankrijk en Groot-Brittannië. Doel van het project is om de verduurzaming van bedrijventerreinen te stimuleren, door het uitvoeren van praktische pilots en het ontwikkelen van eenvoudige tools om deze verduurzaming te faciliteren. Het project wordt door de Europese Unie gesubsidieerd.

De gemeente Breda heeft Taskforce Label A gevraagd om de energietransitie van bedrijventerrein 3BO op gang te brengen. Taskforce Label A is een samenwerkingsverband tussen energie-adviesbureau Senergy en Bureau van Miert. De eerste stap was de huidige staat van de duurzaamheid op het terrein in kaart brengen. Daarbij bleek al snel dat over de gebouwen weinig bekend was, omdat maar één op de zeven gebouwen in Breda een energielabel heeft. Landelijk is dit één op de acht.

Unieke benchmarking tool

Daarom is met onze gezamenlijke kennis van vastgoed, BAG en energielabels een eenvoudige tool ontwikkeld. Die tool benchmarkt een utiliteitsgebouw zonder energielabel aan alle vergelijkbare utiliteitsgebouwen in heel Nederland, die op dit moment een energielabel hebben. Benchmarking wordt gedaan op basis van gebruiksfunctie, oppervlak en bouwjaar. De tool kan gebruikt worden voor individuele gebouwen, maar ook voor hele bedrijventerrein en steden.

De benchmarking is voor de gemeente Breda uitgevoerd voor alle utiliteitsgebouwen in gemeente. Dat waren naast kantoren ook winkels, sportaccommodaties en scholen. Dit leverde een schat aan informatie op over de duurzaamheid van het Bredase vastgoed. Denk daarbij aan de aantallen A, B, C, enz -labels per gebruiksfunctie. Ook zijn de bijbehorende oppervlaktes nu bekend, wat een beeld geeft van de verduurzamingsopgave. Een raming van de bijbehorende kosten wordt nog gemaakt.

Kaart met gekleurde gebouwen

Aansluitend is een kaart gemaakt waarbij voor de hele stad in een oogopslag te zien is hoe het gebouwenbestand er uit ziet. De gebouwen zijn op de kaart ingekleurd met de kleur van het energielabel, dat vergelijkbare gebouwen gemiddeld hebben. De beschikbare gegevens over de energielabels worden ook gekoppeld aan data over leegstand. Zo krijgt de gemeente een goed beeld over de stand van het vastgoed in de stad.

88% van de kantoren zonder label

Deze benchmark is nu ook gemaakt voor alle gebouwen in Nederland met enkel een kantoorfunctie. Gebouwen die naast de kantoorfunctie een andere functie hebben, zijn buiten beschouwing gelaten. Er zijn in totaal 87.000 kantoorgebouwen onderzocht met een totaal gebruiksoppervlak (GO) van 65 miljoen m2. Hiervan hebben er ruim 10.000 een energielabel. Dat wil zeggen dat 77.000 van deze kantoren op dit moment geen label heeft en dat is 88%.

Deze 77.000 kantoren zijn gebenchmarkt aan de 10.000 al afgegeven labels. Dan blijkt dat 50.000 kantoren (labels uit de benchmark plus de reeds afgegeven labels) nu label A, B of C hebben. Van de overig 37.000 kantoren die een lager label hebben, zijn er naar verwachting 16.000 (18%) met een G-label. Als echter naar gebruiksoppervlak gekeken wordt ontstaat een ander beeld, namelijk dat 28% van het oppervlak aan kantoren gelabeld is.

Groen label voor 61% van het kantooroppervlak

Verder heeft in totaal 61% van het kantooroppervlak een groen label (A, B of C). De relatie tussen energielabel en bouwjaar ligt voor de hand. Dit wordt door de benchmark bevestigd, want van de panden van voor 1975 voldoet tenminste 65% niet aan de label C-eis. In de periode 1975-1988 is dat ongeveer 50%. Panden van na 2013 hebben vrijwel allemaal een groen label. In Nederland is er naar verwachting 25 miljoen m2 gebruiksoppervlak dat niet tenminste label C heeft en dus nog voor 2023 verduurzaamd moet worden. Dit zijn 37.000 kantoren.

Met name kantoren met label F of G moeten ingrijpend verduurzaam worden om label C te halen. Dat betreft 21.000 panden (12,5 miljoen m2 GO). Dit zijn veelal relatief kleinere, oudere kantoorpanden. Dit zijn enkel nog de kantoren die 100% de kantoorfunctie hebben. De werkelijke opgave is nog groter, want alle gebouwen die voor 50% of meer uit kantoorfunctie bestaan moeten in 2023 label C zijn. De benchmark heeft ook nog andere opvallende feiten aan het licht gebracht. Zo komt een label G vaker voor dan label B. Verder valt op dat de meeste van de onderzochte gebouwen, namelijk 30.000 stuks, stammen uit de periode 1992-2012.

Zorgwekkend beeld voor 2023

Kijkend naar de periode tot 2023 ontstaat een zorgwekkend beeld. Een grote meerderheid van de kantoorpanden heeft nog geen energielabel. En er ligt een groot oppervlak aan kantoren wat de komende 5 jaar tot een groen energielabel verduurzaamd moet worden. De panden met D of E label zullen met wat kleinere ingrepen genoeg progressie maken om C te worden. Denk daarbij aan verlichting en PV-panelen, maar ook aan duurzame vervangingen van bestaande installaties, die in het kader van de onderhoudsplanning toch al voorzien waren.

Bij gebouwen met een F of G label moet er veel meer gebeuren en zal in de meeste gevallen ook de gebouwschil aangepakt moeten worden. De vraag die opdoemt is of er genoeg capaciteit bij de EPA-U adviseurs (energielabelaars), installateurs en aannemers is om de klus tijdig te klaren. Het antwoord is vrijwel zeker NEE. Banken zijn inmiddels begonnen met eisen te stellen bij de (her)financiering van kantoorpanden. Wie een kantoor met een slecht label wil kopen, kan lastig geld lenen. Het gevolg is dat panden zonder A, B of C-label in rap tempo minder waard gaan worden. Dus hoewel 2023 nog ver weg lijkt, is het advies aan kantooreigenaren: ga morgen op zoek naar een goede EPA-U adviseur.

Help! Het aardgas verdwijnt

Nederland is verslaafd aan aardgas, maar we moeten afkicken om in 2050 gasloos te zijn. Overheden gaan burgers en bedrijven hiervoor de juiste kant opsturen, of ze willen of niet.

Afkicken van aardgas klinkt dramatisch en dat is het ook. Sinds begin jaren zestig is in Nederland een fijnmazig aardgasnet aangelegd. Op die manier verwarmen wij onze huizen, scholen en kantoren, kunnen we lekker in een warm bad en maken we erwtensoep en stamppot. Ook in de industrie en glastuinbouw wordt aardgas breed ingezet als brandstof en grondstof. Op termijn moeten we af van aardgas, want het draagt bij aan klimaatverandering en huisdealer NAM heeft zich in wingebied Groningen onmogelijk gemaakt. Poetin wil de handel graag overnemen, maar dat stuit ons tegen de borst: we willen ons vooral niet afhankelijk maken van Rusland.

Gigantische opgave

De opgave is gigantisch. We moeten onze gebouwen anders gaan verwarmen, via stadsverwarming, warmtepompen of op biogas. Deze technieken hebben hun beperkingen. Stadsverwarming is nu vooral een restproduct van elektriciteitscentrales. Dan is het niet handig als kolencentrales op de nominatie staan om gesloten te worden. Warmtepompen worden elektrisch aangedreven. Een grootschalige overgang naar verwarmen met warmtepompen gecombineerd met de transitie naar elektrisch rijden stuwt de vraag naar elektriciteit sterk op, terwijl sluiting van kolencentrales het aanbod verlaagt. Heel Nederland van voor tot achter vol zetten met windmolens en zonnepanelen is ook geen optie. Het aanbod van biogas is vooralsnog beperkt.

Breda inventariseert

Inmiddels zijn gemeentes, woningbouwcorporaties, netbeheerders en energie­leveranciers begonnen met inventariseren. Zo onderzoekt Breda welke wijken op stadswarmte aangesloten kunnen worden en wanneer. Uitbreiding van het stadswarmtenet naar de historische binnenstad lijkt een brug te ver. Daarnaast moet de vraag naar warmte sterk worden verlaagd. Het mantra wordt daarom isoleren, isoleren, isoleren! Je kunt veel meer goed geïsoleerde gebouwen verwarmen met stadswarmte of elektriciteit dan slechtgeïsoleerde gebouwen. De grootste pijn zit hem in de gebouwen van voor 1965, waar isoleren ingrijpend en kostbaar is. Verder is het een gigantische uitdaging om honderdduizenden woningbezitters zover te krijgen dat zij kun woning beter gaan isoleren. En toch zal dat moeten gebeuren en gaan gebeuren, linksom of rechtsom.

Stroop en azijn

Overheden gaan burgers en bedrijven de juiste kant op sturen. De ene keer met stroop en de andere keer met azijn. Dat is al een tijd gaande, en kabinet Rutte III heeft hiervoor het gas wat verder ingetrapt met verhoging van energiebelasting op aardgas, een verlaging van die op elektriciteit en het besluit dat nieuwbouwwoningen geen gasaansluitingen meer krijgen. De trukendoos zal de komende jaren nog verder opengaan. Ik heb daarvoor nog wel ideeën, zoals een verbod op gaskooktoestellen en gasboilers, een verplicht energielabel C voor winkels, scholen, horeca en sportaccommodaties, verplicht zonnepanelen en zonneboilers op nieuwbouwhuizen, strengere handhaving van de wet Milieubeheer door Omgevingsdiensten, draagkrachtige daken van voor nieuwe bedrijfspanden vol leggen met PV-panelen, etcetera.

Ondertussen kunt u zich al mentaal voorbereiden op de nieuwe televisieprogramma’s van 2025: Heel Holland Isoleert, Energielabeltje op zijn kant, Eigen Huis & Isolatie, Omgevingsdienst op je hielen, Van der Vorst ziet Zon, en Masterchef Inductie.

Vacature: Energie Adviseurs

Ben jij een gemotiveerde (aankomend) professional die zelfstandig in een klein team kan werken? Je vindt het leuk om met energiezuinigheid bij gebouwen aan de slag te gaan en volgens de EPA-U methodiek energielabels op te stellen.

Wij zoeken zowel beginnende als ervaren energie adviseurs. Het belangrijkste is, dat je affiniteit hebt met duurzaamheid voor gebouwen. Ervaring in utiliteitsbouw heeft hierbij een pre. Als EPA-U inspecteur heb je bij voorkeur een afgeronde HBO opleiding bouwkunde. Daarnaast ben je in het bezit van rijbewijs B.
Het profiel in het kort:

  • je bent enthousiast en weet van aanpakken;
  • je ben klantgericht;
  • je bent commercieel en hebt goede sociale vaardigheden;
  • je stelt je flexibel op en je kunt zaken zelfstandig oppakken;
  • je vindt het leuk om in een klein team te werken met andere professionals;
  • je beschikt over goede mondelinge en schriftelijke vaardigheden.

Wij bieden je de mogelijkheid om je verder te ontwikkelen als adviseur.

Energielabel utiliteitsbouw verplicht

Er is momenteel veel te doen omtrent het energielabel voor woningen. Zo veel, dat bijna vergeten wordt dat op het energielabel voor utiliteitsgebouwen ook gehandhaafd gaat worden. Dit label heeft geen metamorfose ondergaan, is nog vrijwel gelijk aan het label bij de invoering in 2008. Nog steeds verplicht, maar nu dus ook sanctionering. Hoe zit dit?

Verplichting

Het energielabel is verplicht bij de oplevering, verkoop of verhuur van utiliteitsgebouwen, zoals kantoren, scholen, horeca, sporthallen en ziekenhuizen.

Per 1 januari 2015 ziet de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) toe op de naleving van de energielabelplicht. Dit betekent dat de ILT gaat controleren of het energielabel is overhandigd bij de verkoop, een nieuwe verhuur of de oplevering van een gebouw. De verkoper riskeert anders een boete die kan oplopen tot € 20.250,-.

Welke utiliteitsgebouwen moeten een energielabel hebben?

Het energielabel is verplicht voor alle gebouwen. Een uitzondering geldt echter voor:

  • gebouwen waarvoor geen energie gebruikt wordt om het binnenklimaat te regelen (zoals schuren en garages);
  • beschermde monumenten (volgens de Monumentenwet 1988 of volgens een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening);
  • gebouwen die worden gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten (zoals kerken en moskeeën);
  • gebouwen die bestemd zijn om te worden gebruikt voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor agrarische doeleinden (zoals fabriekshallen);
  • gebouwen die ten hoogste 2 jaar worden gebruikt, (tijdelijke bouwwerken (zoals bouwketen, noodwinkels, noodlokalen bij scholen of directie- en schaftlokalen op bouwplaatsen);
  • voor bewoning bestemde gebouwen die minder dan vier maanden per jaar worden gebruikt, en met een verwacht energieverbruik van minder dan 25% van het energieverbruik bij permanent gebruik (zoals recreatiewoningen);
  • woonboten;
  • alleenstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 m2.

Energielabel in publieke gebouwen

Het energielabel moet op een voor het publiek zichtbare plek hangen in alle publieke gebouwen groter dan 500 m², mits er voor dat gebouw een energielabel is geregistreerd.

Publieke overheidsgebouwen groter dan 500 m² moeten altijd een energielabel laten maken en zichtbaar ophangen. Naar verwachting wordt per 1 juli 2015 de grens verlaagd naar 250 m². Het gaat om overheidsgebouwen waar vaak publiek komt (vaker dan incidenteel). Bijvoorbeeld ministeries, provincies, gemeenten, rechtbanken, waterschappen en stadsdeelkantoren. Het gaat ook om verhuurde ruimtes aan particulieren, groter dan 500 m², waar vaak publiek komt, bijvoorbeeld een sportschool.

Hoe weet ik of een gebouw al een energielabel heeft?

Via deze link kunt u controleren of een gebouw al een energielabel heeft.

 

Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland